In de afgelopen weken heb ik grote stappen gemaakt. Ik heb mijn 200m tijd met bijna een seconde verbeterd; van 11,898 naar 10,996. Ik denk dat als ik de bocht nog wat beter aan snij, en wat minder slinger over de baan, dat 10.6 nu al haalbaar is. Vanaf 10.4 begin je internationaal mee te gaan doen. Voorlopig nog genoeg om aan te werken!
Als ik kijk hoe ik nu op de fiets zit en wedstrijden rijd, is dat een wereld van verschil. Ik ben een stuk zekerder, rij veel meer ontspannen en begin de tactiek langzaam in de smiezen te krijgen. Ik krijg veel complimenten over mijn progressie, en merk dat er langzaam aan rekening met me gehouden wordt… Leuk!
Tussen het trainen door probeer ik zo veel mogelijk wedstrijden te rijden. Het écht harder fietsen wordt aan gewerkt in de trainingen, de tactische component kan je eigenlijk alleen maar in wedstrijden doen. In Apeldoorn werden diverse wedstrijden georganiseerd door wielerclub de Adelaar waaraan ik heb deelgenomen. Jammer genoeg deed de top 5 van Nederland niet mee aan deze wedstrijden, waardoor ik het gros van die wedstrijden heb gewonnen. Voor mij leuke wedstrijden om een beetje te spelen en te leren hoe het spelletje werkt. Het verschil tussen de nationale selectie en de rest van Nederland is vrij groot.
Vorige week ben ik samen met Michael Veen en Jeroen Hoekstra naar Oostenrijk vertrokken voor de 2daagse van Wenen. Een UCI 1.1 wedstrijd, waar erg veel punten te verdienen waren waardoor er veel internationale baanwielrenners te vinden waren. Er was een grote ploeg met erg goede Duitsers, Polen, Tsjechen en Italianen.
In de sprintkwalificatie over 200m reed ik 10.996, waarmee ik 12e werd. Er waren er veel die 10.2, 10.3 en dergelijke reden, het niveau lag dus erg hoog! In de eerste sprint werd ik geloot tegen de nr. 5 en de nr. 13 uit de kwalificatie, wat een relatief gunstige loting was, de nr. 5 reed ‘maar’ 10.5. Ik was maar een klein jongetje in verhouding tot deze spierbonken. Door er een lange sprint van de maken wist ik uiteindelijk beide mannen te verslaan, en stond ik in de 1/6e finale. In de ronde daarop moest ik tegen de Hongaars kampioen, en snelle man dus. In de laatste meters kwam hij nog dichtbij, maar ik wist mijn bandje als eerste over de finish te drukken. In de 1/4e finale mocht ik tegen de nr. 3 van de kwalificatie. Deze was nog even een maatje te groot voor me, hij fietste in de laatste bocht redelijk makkelijk om me heen. Uiteindelijk ben ik 8ste geworden in het sprinttoernooi! Een erg goed resultaat, veel hoger dan ik vooraf gedacht had in dit tactische onderdeel!
Ik had me ook opgegeven voor de 1km individuele tijdrit. Deze hadden ze direct achter de laatste sprint geplaatst, waardoor ik na mijn sprint net genoeg tijd had om er een ander stuurtje op te zetten. Alles behalve een ideale voorbereiding dus! Terwijl ik nog buiten adem was van mijn sprint, hoorde ik dat mijn naam omgeroepen werd omdat ik nu toch écht naar de start moest komen. Na een matige start kon ik mijn snelheid goed vasthouden, wat resulteerde in een tijd van 1.07.714 waarmee ik 4e werd. Omdat dit een internationaal hoog aangeschreven wedstrijd is, waren er veel UCI punten te verdienen waarmee je weer op de ‘world ranking’ komt. Na de wedstrijd van 5 weken terug in Zwitserland stond ik 53ste, ik verwacht nu ongeveer 25ste te staan op de wereldranglijst als deze weer wordt vernieuwd.
De 2e dag stond er een teamsprint op het programma. Ik wist samen met Micheal Veen en Jeroen Hoekstra 4e te worden in kwalificatie. Hierdoor mochten we in de verliezersfinale tegen de nr. 3 rijden, de Tsjechische B-ploeg. Deze verloren we glansrijk met 2,5seconden, we hebben er het maximale uitgesleept door 4e te worden.
Daarna stond er nog een keirin toernooi op ons te wachten. Keirin rijden is internationaal anders dan in Apeldoorn. De derny slingert je met ongeveer 55kmpu de baan in, in plaats van een rustige 40. Om dus op te rukken vanaf een 4 plek naar de kop moet je ongeveer 65kmpu gaan rijden, laat staan wat je moet rijden om een demarrage te plaatsen. In de eerste keirin had ik een slechte loting, allemaal goede jongens, en ik werd 4e, waar de eerste 2 maar door gingen naar de volgende ronde. In de herkansing bleef ik steken op de 3e plek waardoor ik definitief uit het toernooi lag.
In deze wedstrijden heb ik erg veel geleerd. Ik heb vriend en vijand verbaasd door sprints van sterke tegenstanders te winnen. Prima tijden en uitslagen gereden, en voel me nu ook baanwielrenner in plaats van een schaatser. Ik merkte wel dat ik snel vermoeid raakte van dat sprinten. De eerste ochtend was eigenlijk ook het beste.
Als ik kijk hoe mijn progressie gaat in de afgelopen 8 weken, kan ik erg tevreden zijn. Ik ga deze stijgende lijn proberen vast te houden, en ga zien wat voor moois het allemaal oplevert!
28 november is het NK Amateurs waaraan ik deelneem. Ik hoop daar een gooi te kunnen doen naar de titel!